In mei 2024 merk ik dat een paar dingen anders zijn dan normaal. Ik heb wat moeite om een sleutel met mijn rechterhand in het slot te krijgen; het lukt me niet langer in één beweging. Daarnaast merk ik na het snijden van een pompoen of iets anders waarvoor ik wel even mijn krachten moet gebruiken, een kortstondige krampreflex. Ook lukt het me niet meer om de elektrische tandenborstel in te drukken. Daarnaast krijg ik later in het jaar moeite om mijn tennisracket langdurig vast te houden. Het kan best zijn dat ik na een half uur spelen ineens moeite heb om mijn racket stevig vast te houden. Volgens mij ga ik uiteindelijk in augustus naar de huisarts, niet zozeer omdat ik er veel last van heb, maar wel omdat het licht vervelend is. De huisarts kan eigenlijk niets vinden en zegt dat ik misschien eens fysiotherapie zou kunnen proberen. Als dat niet werkt, kan hij me doorsturen naar de neuroloog.
Vervolgens neem ik wat fysio, maar dat zet geen zoden aan de dijk. Op een gegeven moment stelt de fysio voor dat ik me tot een een neuroloog zou moeten wenden. Dat heeft vooral te maken met het krachtverlies in mijn duim, wat een beetje typisch is voor neurologische klachten. Ik laat het er echter bij. Vervolgens word ik in november gedurende een maand een beetje ziek. Dat overkomt veel mensen om me heen. We gaan voor het eerst met Tuur de winterperiode in, dus hij is nog niet echt ziek geweest en nu komen al die ziektes. Al met al ben ik niet heel ziek; alleen heel lang ’s avonds koortsig en heb weinig energie. Ik geloof dat ik me hoogstens één dag ziek meld in die periode, dus het valt allemaal wel mee. Ik heb echter ook last van aften in mijn mond, van die blaasjes. Dat heb ik wel ooit vaker. Nu heb ik er een paar achter elkaar, wat ervoor zorgt dat ik waarschijnlijk bewust of onbewust minder eet.
Aan het einde van die maand, als ik weer beter ben, constateer ik niet alleen dat ik 10 kilo ben afgevallen, maar belangrijker, ik constateer ook dat ik niet goed kan hardlopen. Lopen gaat zelfs wat zwaarder. Kort nadat ik beter ben, ga ik ook maar weer eens tennissen. Ik heb afgesproken met Mathijs en met Tom. En ook dan blijkt eigenlijk heel snel dat er wel iets gaande is. Ik ben gewoon zo sloom en ik raak de ballen aan alle kanten zo verkeerd dat we er om moeten lachen. Op dat moment verdenk ik dan echter alleen mijn hand. Terwijl ik eigenlijk al enige tijd wéét dat ik misschien vooral last heb van mijn benen. Met terugwerkende kracht denk ik dat ik die twee zaken, hand en voeten, niet aan elkaar wilde koppelen, omdat ik ergens ook wel weet dat dat duidt op een serieuzer probleem.